Dit is een site voor studenten van de Open Universiteit. Voordat je een vraag kunt stellen moet je even een account aanmaken (dit systeem is niet gekoppeld aan je OU studentnummer en wachtwoord).

Welkom bij het vraag- en antwoord systeem van de onderzoeks-practica van de studie psychologie bij de Open Universiteit.

Houd er, als je een vraag stelt, rekening mee dat je de richtlijnen volgt!

Mag je getallen noemen in je rapportage van kwalitatief onderzoek?

0 leuk 0 niet-leuks
Bij kwalitatief onderzoek worden soms getallen genoemd, bijvoorbeeld het percentage deelnemers dat een uitspraak deed. Is het dan geen kwantitatief onderzoek? Mag je wel getallen noemen bij kwalitatief onderzoek?
gevraagd 9 april 2015 in Kwalitatief Onderzoek (oude cursus Observatie & Interview) door gjp (64,700 punten)

1 Antwoord

0 leuk 0 niet-leuks

Nee, je mag nooit getallen noemen bij kwalitatief onderzoek. Dit heeft drie redenen.

Ten eerste is de data-verzameling ongestructureerd. Dat is nu net de kracht van kwalitatief onderzoek; de interviews verlopen anders afhankelijk van de interessante patronen die je in de data tegenkomt. De percentages zijn dus deels arbitrair; als je een interessant onderwerp tegenkomt in het derde interview, laat je dat vaker aan bod komen in de interviews erna. Hierdoor geven misschien 21 van de 30 mensen daar een bepaalde mening over. Maar, als je dat interessante onderwerp toevallig pas in een van je laatste interviews was tegengekomen, hadden veel minder mensen diezelfde mening gegeven. Het feit dat je je data ongestructureerd verzamelt (i.e. niet exact dezelfde vragen stelt aan iedereen, en iedereen niet exact dezelfde antwoordopties geeft; met andere woorden, dat je geen kwantitatieve operationalisaties van je variabelen hebt) 'verbiedt' je om kwantitatieve data te rapporteren.

Ten tweede is je steekproefomvang onacceptabel klein. Voor kwalitatief onderzoek is het niet ongebruikelijk om slechts 30 deelnemers te interviewen; bij kwantitatief onderzoek is dat veel te weinig om met enige integriteit kwantitatieve uitspraken te doen. Je power is te laag (zie voor uitleg van de gevaarlijke gevolgen van te lage power http://oupsy.nl/help/1172/echt-onderzoek-doen-eindopdracht-voor-psychologisch-survey). Omdat je maar zo weinig mensen hebt, is de rol van toeval erg groot. Er hoeven maar een paar andere deelnemers in je streekproef te zitten en je percentages veranderen fors. Je kunt hier goed een indruk van krijgen door betrouwbaarheidsintervallen uit te rekenen. Dit kan in R heel makkelijk met het commando 'binom.test(x, n)' betrouwbaarheidsintervallen berekenen, die je een idee geven van hoe sterk je percentages afhankelijk zijn van toeval. Stel je bijvoorbeeld voor dat 10 van de 30 deelnemers iets zeggen, oftewel 33%. Dan geef je dit commando:

binom.test(10,30);

En geeft R onder andere:

95 percent confidence interval:
 0.1728742 0.5281200

Dus als je een percentage wil rapporteren, moet je een betrouwbaarheidsinterval van 17% - 53% rapporteren (oftewel 5 - 16 mensen). Iets anders werd misschien door 20 mensen gezegd; daarvoor moet je dan zeggen dat het werd gezegd door de uitkomst van binom.test(20,30); en dat is 47% - 82%, oftewel 14 - 25 mensen. Zoals je ziet overlappen die betrouwbaarheidsintervallen; het is dus aannemelijk dat die uitspraak die door 10 mensen werd gedaan, en die die door 20 mensen werd gedaan, in de populatie door evenveel mensen wordt gedaan. Maar, jammer genoeg kun je zelfs geen betrouwbaarheidsintervallen uitrekenen om zo toch kwantitatieve uitspraken te doen. Dat komt door de derde reden:

Tot slot was de werving van je deelnemers waarschijnlijk niet aselect. Omdat je specifiek op zoek gaat naar je deelnemers, bijvoorbeeld om je sampling frame goed toe te passen, mag je niet generaliseren. Statistiek is gebaseerd op random steekproeven, en je schendt die aanname. Je mag daarom geen statistiek toepassen.

Kortom, het aantal/percentage mensen dat iets zegt in een kwalitatief onderzoek:

  • Kwam tot stand op basis van interviews die ongestructureerd/toevallig verliepen (wat werd gezegd is dus deels toevallig);
  • Zijn gebaseerd op een steekproef die zo klein is dat je maar een paar andere deelnemers hoeft te hebben om op andere percentages uit te komen;
  • En komen niet uit een steekproef die representatief is voor een populatie vanwege je 'selecte' werving.

En je kunt niet corrigeren voor deze problemen zonder kwantitatieve data uit grotere steekproeven.(en als je die hebt, kun je beter die rapporteren).

Kwalitatief onderzoek is heel, heel bruikbaar om in kaart te brengen hoe mensen ergens over denken/voelen/etc. Echter, je kunt geen harde conclusies trekken. Je kunt hoogstens aanwijzingen krijgen voor het ontwikkelen van meetinstrumenten om vervolgens kwantitatief onderzoek te doen, waarmee je wel harde conclusies kunt trekken.

Tegelijkertijd is kwalitatief onderzoek wel de enige manier om fenomenen in kaart te brengen en dus tot zinvolle meetinstrumenten te komen. Het feit dat je geen getallen mag noemen is geen zwakheid van kwalitatief onderzoek; het is een kenmerk dat samenhangt met de unieke mogelijkheid van kwalitatief onderzoek om nieuwe dingen te ontdekken.

beantwoord 9 april 2015 door gjp (64,700 punten)
...