Dit is een site voor studenten van de Open Universiteit. Voordat je een vraag kunt stellen moet je even een account aanmaken (dit systeem is niet gekoppeld aan je OU studentnummer en wachtwoord).

Welkom bij het vraag- en antwoord systeem van de onderzoeks-practica van de studie psychologie bij de Open Universiteit.

Houd er, als je een vraag stelt, rekening mee dat je de richtlijnen volgt!

Odds ratio verband

0 leuk 0 niet-leuks

Goede morgen, 

In de oefentest, vraag 5 is het juiste antwoord al C aangegeven. Waarom heeft een OR van 0.5 dezelfde sterkte als een OR van 2.0? Excuses als het een heel onnozele vraag is.

Bij voorbaat dank, Lara S.

  1. Twee onderzoekers nemen een steekproef en berekenen elk een Odds Ratio (OR). De ene onderzoeker vindt een OR van 0.5, de andere onderzoeker van 2.0. Wat is er te zeggen over deze twee Odds Ratio's?

    1. De OR van .5 representeert een sterker verband dan die van 2.0

    2. De OR van .5 representeert een zwakker verband dan die van 2.0

    3. De twee Odds Ratio's representeren even sterke verbanden

    4. Dat hangt af van de omvang van beide steekproeven 

gevraagd 28 augustus 2016 in Kwalitatief Onderzoek (oude cursus Observatie & Interview) door Lara S. (140 punten)

2 Antwoorden

0 leuk 0 niet-leuks

Hai,

Als je kijkt naar Tabel 1 bij ->Odss ratio->klein, dan is de OR bij een positief verband van 2.0 dus klein en de OR van een negatief verband van .5 ook.

beantwoord 29 augustus 2016 door Rotíste (2,880 punten)
0 leuk 0 niet-leuks

Het antwoord dat Rogatio geeft bevestigt dat een OR van .5 en een OR van 2 even sterk zijn. Ik zal ook even toevoegen waarom dat zo is.

Een odds ratio is een ratio. Een ratio van 1 op 1 (dus, 1/1 = 1) geeft aan dat er precies evenveel is van het een als van het ander.

Als we hetgene boven de streep laten toenemen, wordt de ratio steeds groter: 2/1 = 2, 3/1 = 3, etc.

Als we in plaats daarvan hetgene onder de streep laten toenemen, wordt de ratio steeds kleiner: 1/2 = .5, 1/3 = .3333.

Als die 'disbalans' tussen de twee onderdelen in de ratio groter wordt, dan wordt de ratio dus steeds groter als het grootste onderdeel boven de streep staat. Als het grootste onderdeel onder de streep staat, wordt de ratio wel kleiner, maar met veel kleinere stapjes. Sterker nog, waar je de ratio ook door deelt, je kunt nooit een kleiner getal krijgen dan 0.

Een OR van 1 drukt dus 'geen verband' (of 'geen effect') uit. Een OR van 0 zou een 'oneindig sterk verband' naar de ene kant uitdrukken, terwijl de OR die een 'oneindig sterk verband' naar de andere kant uitdrukt, juist oneindig groot zou zijn.

De OR is dus niet gebalanceerd: hij loopt van 0 tot 1 voor negatieve verbanden, en van 1 naar oneindig voor positieve verbanden.

Je kunt de OR voor een verband vertalen naar wat die OR geweest zou zijn als je de teller en de nummer in de ratio had omgedraaid (oftewel, je kunt de OR voor een negatief verband vertalen naar de OR voor een positief verband en vice versa). Dit doe je door de zogenaamde reciproke van de OR te nemen: je deelt 1 door de OR. 1/2 = .5, en 1/.5 = 2.

Dit truukje is vooral handig als je je te laat realiseert dat je de verkeerde groepen in de bovenste en onderste rijen hebt gezet; hiermee kun je snel de berekende OR 'omdraaien'.

beantwoord 13 september 2016 door gjp (63,300 punten)
...