Dit is een site voor studenten van de Open Universiteit. Voordat je een vraag kunt stellen moet je even een account aanmaken (dit systeem is niet gekoppeld aan je OU studentnummer en wachtwoord).

Welkom bij het vraag- en antwoord systeem van de onderzoeks-practica van de studie psychologie bij de Open Universiteit.

Houd er, als je een vraag stelt, rekening mee dat je de richtlijnen volgt!

Welke toets kun je het beste gebruiken?

0 leuk 0 niet-leuks
Tijdens de eerste les kregen we een lijstje met onderzoeksvragen en de opdracht om de beste toets hierbij te bepalen. Ik blijf dit moeilijk vinden, maar bij één kom ik echt niet uit:

"Is intrinsieke of extrinsieke motivatie belangrijker bij het afronden van de studie en verschilt dit voor mannen en vrouwen? Onderzoek waarbij gevraagd is naar iemands geslacht en of iemand intrinsiek of extrinsiek gemotiveerd is en in hoeveel tijd iemand zijn studie heeft afgerond."

Mijn gedachtengang:

Onduidelijk vind ik of de tijd die iemand aan zijn studie heeft besteed een aparte variabele is (want staat niet in de eerste zin, de onderzoeksvraag). Of wordt hiermee daarom een synoniem bedoeld voor afronden van studie (wat ik persoonlijk twee verschillende dingen vind). Ik ga uit van de onderzoeksvraag...

Hoeveel groepen hebben we nu en hoeveel variabelen??

groepen: man-vrouw / intrinsiek gemotiveerd-extrinsiek gemotiveerd. Dan zijn het dus meer dan twee groepen (want 4 groepen) en 1 factor (afronden studie)= one-way anova?

Maar het antwoord moest zijn factoriële  Anova.

Ik kom er maar niet uit. Hulp gevraagd!
gevraagd 15 maart 2017 in Experimenteel Onderzoek (PB0402 en S05281) door Ivonne Lipsch (2,210 punten)

1 Antwoord

0 leuk 0 niet-leuks

"Studieduur" is de operationalisatie van de variabele "afronden van de studie". Dit staat inderdaad onvoldoende duidelijk uitgelegd; het was beter geweest als gelijk over studieduur was gesproken.

Pas op met het concept van 'groepen'. 'Groepen' zijn eigenlijk meetwaarden van een variabele. In dit geval heb je bijvoorbeeld de variabele geslacht, met als mogelijke meetwaarden man en vrouw. Je kunt alle deelnemers die man scoren op geslacht zien als de ene groep, en alle deelnemers die vrouw scoren op geslacht zien als de andere groep: maar de variabele is nog steeds geslacht. Voor categorische (nominale of ordinale) variabelen geldt dus altijd dat de meetwaarden zich manifesteren als groepen.

Zo'n categorische variabele heet binnen de context van variantie-analyse een factor. Dit om de categorische variabelen (dus de factoren) te onderscheiden van de continue variabelen (dus de variabelen op minimaal interval-niveau). Bij variantie-analyse moet de afhankelijke variabele altijd een continue variabelen zijn. De voorspellers in variantie-analyse heten dus factoren (als het categorische variabelen zijn) of covariaten (als het continue variabelen zijn). Als je primair geinteresseerd bent in continue voorspellers doe je alleen meestal geen variantie-analyse, maar regressie-analyse: in de context van variantie-analyse neem je continue voorspellers meestal alleen op om de afhankelijke variabele ervoor te corrigeren. Covariaten zijn in de anova context dus bijna altijd van perifeer belang.

Dus, als je er nu nog eens over nadenkt, hoeveel variabelen heb je dan, en wat is het meetniveau van elke variabele?

beantwoord 15 maart 2017 door gjp (63,300 punten)
Dankjewel voor je uitleg Gjalt-Jorn!

Onafhankelijke variabelen zijn dan denk ik:

- geslacht (nominaal, want categorie zonder rangorde)

- en motivatie (ook nominaal. Als deelnemers hadden moeten aangeven op bv een schaal can 1 tot 5, dan was het een continue variabele geweest).

Geslacht heeft twee groepen (man, vrouw). Deze groepen heten factoren.

Hetzelfde geldt dan voor motivatie (intrinsiek, extrinsiek).

Afhankelijke variabele is afronden studie.

Je hebt dan dus 2 variabelen (geslacht en motivatie) en  vier factoren (man-vrouw, intrinsiek-extrinsiek).

Maar eerlijk gezegd had ik eerder al zo zitten stoeien, maar ik kan nog steeds de vraag niet beantwoorden. Ik kom er nog steeds niet uit.
Gjalt-Jorn,

Twee factoren (motivatie en Geslacht) en

Vier groepen (man-intriensieke motivatie; vrouw-intrinsiek; man extrinsiek; vrouw-extrinsiek

Meer dan één factor en meerdere groepen is factoriële  Anova.

Klopt het zo? Zag vandaag ineens het licht (hoop ik). Tjongejonge, wat voor rondjes ik met statistiek toch in mijn hoofd draai soms...
...