Dit is een site voor studenten van de Open Universiteit. Voordat je een vraag kunt stellen moet je even een account aanmaken (dit systeem is niet gekoppeld aan je OU studentnummer en wachtwoord).

Welkom bij het vraag- en antwoord systeem van de onderzoeks-practica van de studie psychologie bij de Open Universiteit.

Houd er, als je een vraag stelt, rekening mee dat je de richtlijnen volgt!

Hoe beschrijf je een design nu precies in termen als cross-sectioneel, observationeel, correlationeel, en longitudinaal?

0 leuk 0 niet-leuks
In de verschillende cursussen komen allerlei termen terug om je design te beschrijven, zoals survey, cross-sectioneel, observationeel, correlationeel, en longitudinaal. Wanneer gebruik je die nu precies?
gevraagd 31 mei 2017 in Methodologie door gjp (64,270 punten)

1 Antwoord

0 leuk 0 niet-leuks

Deze termen beschrijven eigenlijk twee 'dimensies' van onderzoeksdesigns. Die dimensies bepalen samen de 'kracht' of 'kwaliteit' van het design.

De eerste betreft de typen operationalisaties (operationalisaties zijn de link tussen theoretische constructen en de realiteit). Er zijn twee typen operationalisaties die kunnen worden gebruikt: meetinstrumenten en manipulaties. Meetinstrumenten zijn ontwikkeld om, volgens de definitie van een psychologisch construct, dat construct te meten (maar zijn dus niet ontwikkeld om iets te beinvloeden). Manipulaties zijn ontwikkeld om, volgens de definitie van een psychologisch construct, dat construct te veranderen (maar zijn dus niet ontwikkeld om iets te meten). Overigens betreffen betreffen deze twee in feite ook een dimensie: meetinstrumenten kunnen het betreffende construct (of een ander construct) soms beinvloeden, en bij manipulaties kun je soms ook (aspecten van) een construct meten. Een goed voorbeeld van zo'n "mengvorm" is een veelgebruikte operationalisatie van het construct "anticipated regret", een variabele die in de gedragsverandering veel wordt gebruikt (zie e.g. https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/14715114).

Als een design een of meerdere manipulaties bevat die gerandomiseerd worden toegediend, dan betreft het een experimenteel design (het ene uiterste van de eerste dimensie). Als een design geen enkele manipulatie bevat (en deelnemers dus niet worden gemanipuleerd), dan betreft het geen experimenteel design (het andere uiterste van de eerste dimensie). Zulke designs worden 'observationeel' of 'correlationeel' genoemd. De term "observationeel" is er op gebaseerd dat er uitsluitend wordt geobserveerd (gemeten), en niets wordt beinvloedt. De term "correlationeel" is eigenlijk misleidend, want die is erop gebaseerd dat er vaak correlaties worden gebruikt om de betreffende verbanden te analyseren. Dit is misleidend omdat 1) analyses uberhaupt nooit iets zeggen over je design (vaak wel andersom trouwens; je design bepaalt vaak wel je analyses); 2) correlaties ook gebruikt kunnen worden in experimentele designs; en 3) je observationele designs ook kunt analyses zonder correlaties te berekenen. Laten we deze dimensie dus ankeren met 'observationeel' versus 'experimenteel'.

Dit zegt iets over de 'kracht'/'kwaliteit' van je design omdat je, als je laag scoort op deze dimensie (i.e. als je niet manipuleert, oftewel geen experiment doet), je geen conclusies kunt trekken over causaliteit, moderatie, of mediatie. Onderzoeksvragen over of variabelen elkaar beinvloeden of of er sprake is van moderatie of mediatie vereisen altijd manipulatie van minimaal een (in voor moderatie en mediatie, twee) variabelen.

De andere dimensie betreft het aantal sessies in het design. Als een design slechts een sessie heeft, heet het cross-sectioneel (je neemt op een gegeven moment een 'cross-sectie', een 'doorsnede', van je populatie). Als een design meerdere sessies heeft, heet het longitudinaal (er zijn over tijd meerdere metingen en/of manipulaties).

Dit zegt iets over de 'kracht'/'kwaliteit' van je design omdat je, als je uitspraken wil doen over een proces dat tijd nodig heeft om zich te ontvouwen, je altijd een longitudinaal design nodig hebt. Alleen als je uitsluitend geinteresseerd bent in de samenhang van twee fenomenen zonder dat tijd relevant is, is een cross-sectioneel design gepast.

Van de termen in de vraag is 'survey' dus geen beschrijving van een design. Een survey is een ander woord voor vragenlijst, of kan in het Engels gebruikt worden om een grootschalige studie te beschrijven waarmee, vaak in de algemene populatie, gedrag of een ander kenmerk in kaart wordt gebracht. Dat zegt dan echter ook niets over het design; er kan bijvoorbeeld een nameting zijn.

De meeste onderzoeksvragen in de psychologie betreffen processen binnen individuen, en heel vaak betreffen ze ook invloed van de ene variabele op de andere. Het in kaart brengen van processen binnen individuen vereist altijd minimaal twee meetmomenten, en dus een longitudinaal design. Het onderzoeken van verwachte invloed vereist altijd een experimenteel design.

Sommige onderzoeksvragen, die je 'sterke' onderzoeksvragen zou kunnen noemen, betreffen mediatie (de invloed van X op Y loopt via M) of moderatie (de invloed van X op Y is sterker of zwakker afhankelijk van de waarde van M). Zoals je ziet zijn dit conceptueel een stuk complexere onderzoeksvragen dan "X beinvloedt Y" (een typische onderzoeksvraag voor een simpel experiment) of "X hangt samen met Y" (een typische onderzoeksvraag voor een simpel observationeel design). Als deze sterke onderzoeksvragen worden beantwoordt, leer je ook veel meer. Dat brengt ook kosten met zich mee: ze vereisen altijd experimentele longitudinale designs. De "krachtigste onderzoeksvragen" vereisen dus, niet geheel onlogisch, de "krachtigste designs".

Zoals gezegd betreffen dit dimensies (dus, observationeel vs experimenteel en cross-sectioneel vs longitudinaal). Je kunt vaak (maar niet altijd) discussieren over of een studie cross-sectioneel is of longitudinaal. Neem bijvoorbeeld een experiment waarbij eerst een voormeting is, waarna gelijk wordt gerandomiseerd en de twee manipulaties worden aangeboden, en waarna gelijk de nameting plaatsvindt. Dit kun je zien als 1 sessie: de deelname van deelnemers aan het onderzoek vindt immers ononderbroken plaats. Tegelijkertijd zijn er binnen die gelegenheid duidelijk drie verschillende momenten te onderscheiden waarop operationalisaties worden toegepast: eerst een meting, dan een manipulatie, dan weer een meting. Je zou dus ook van drie sessies kunnen spreken, die toevallig achter elkaar plaatsvinden.

Belangrijker dan het gebruik van het juiste woord is daarom de termn te complementeren met een meer gedetailleerde beschrijving van het design. Hiervoor is het verstandig om de CONSORT flowchart te gebruiken (zie http://www.consort-statement.org/consort-statement/flow-diagram).

Onderzoek waarbij een groep deelnemers slechts eenmalig een vragenlijst invult (oftewel, puur cross-sectioneel en observationeel onderzoek) kan dus de meeste onderzoeksvragen niet beantwoorden. Zulk onderzoek is meestal weinig waardevol, maar er zijn natuurlijk uitzonderingen.

De eerste is als je een operationalisatie aan het onderzoeken/ontwikkelen bent. Als je bijvoorbeeld de validiteit van een operationalisatie wil onderzoeken/verbeteren, dan kun je die deelnemers blootstellen aan die operationalisatie en tegelijkertijd aan operationalisaties van een aantal gerelateerde en een aantal ongerelateerde constructen. Op die manier kun je de convergente en divergente validiteit van je operationalisatie bepalen. In dat geval wil je juist niet dat er tijd verstrijkt of iets wordt beinvloed, dus voor dit soort onderzoek heb je juist cross-sectioneel observationeel onderzoek nodig.

De tweede is als je geintereseerd bent in de invulling van een operationalisatie in een gegeven populatie of context. In de gedragsverandering is het bijvoorbeeld vaak nodig om in kaart te brengen welke 'beliefs' en 'determinanten' nu precies invloed hebben op het doelgedrag (e.g. condooms gebruiken, niet te veel drinken, sporten, etc). In dat geval onderzoek je geen theorie, maar de invulling van de theoretische constructen in een gegeven populatie en voor een gegeven gedrag; je neemt de theorie voor waar aan, en gaat die invullen. Je kunt dan niets concluderen over de theorie (je manipuleert immers niets, en observeert geen veranderingen over tijd), maar je kunt wel uitspraken doen over de specifieke invulling van de relevante constructen (zie ook Pragmatisch Nihilisme, http://pragmaticnihilism.com).

beantwoord 31 mei 2017 door gjp (64,270 punten)
...