Dit is een site voor studenten van de Open Universiteit. Voordat je een vraag kunt stellen moet je even een account aanmaken (dit systeem is niet gekoppeld aan je OU studentnummer en wachtwoord).

Welkom bij het vraag- en antwoord systeem van de onderzoeks-practica van de studie psychologie bij de Open Universiteit.

Houd er, als je een vraag stelt, rekening mee dat je de richtlijnen volgt!

Hoe kan ik in SPSS data zien welke items deel uitmaken van een bepaalde (sub)schaal?

0 leuk 0 niet-leuks
gevraagd 31 mei 2017 in Psychologisch Survey (PS) door MarleenOU (240 punten)
Hier ben ik ook benieuwd naar :-)

1 Antwoord

0 leuk 0 niet-leuks
Niet. Dit omdat SPSS niets 'weet' over je design, operationalisaties, etc :-)

Normaal stop je dit in de variabelenamen. Als je bijvoorbeeld een schaal hebt om attitude tegenover vragenlijsten invullen te meten, kun je de variabelen zo noemen:

attitudeVragenlijsten_saaiInteressant
attitudeVragenlijsten_domSlim
attitudeVragenlijsten_nutteloosNuttig

Zo scheidt de 'underscore' de naam van de schaal (theoretische variabele, het construct) van de naam van het item. In dit geval, omdat attitude vaak met een zogenaamde semantische differentiaal wordt gemeten, staan achter de underscore de ankers van de items.

Je kunt ook apart van je dataset een codeboek hebben, bijvoorbeeld door dit allemaal in een apart bestand uit te leggen (welke items in welke schalen horen), of door dit in comments bovenin je syntax uit te leggen.

Maar dit staat niet in je dataset.

Dat zou ook niet noodzakelijk goed zijn - want je weet pas na dataverzameling of de items ook echt passen in de schaal waar ze in theorie in zouden moeten passen. Hoe goed (betrouwbaar, valide) een gegeven operationalisatie is, hangt immers af van je populatie, steekproef, etc - dat kun je van te voren nooit weten.
beantwoord 1 juni 2017 door gjp (67,020 punten)
ok, duidelijk, maar dit zorgt bij mij voor verwarring bij de huiswerkopdracht. Er wordt gevraagd om verschillende analyses uit te voeren met subschalen. Deze subschalen zijn al in het bestand aanwezig. Er staat ook dat bepaalde items moeten worden gehercodeerd. De items die dit betreft zijn niet in hergecodeerde vorm in de dataset te vinden. Ik heb die dus zelf gemaakt en de schalen opnieuw aangemaakt met de hergecodeerde items.

Wat blijkt, de analyses met de oorspronkelijke schaal en de zelfgemaakt schaal (met hergecodeerde items) geven precies hetzelfde resultaat. Het lijkt er dus op dat deze al in de gegeven schaal verwerkt zijn.  Op zich handig, maar zorgt bij mij voor verwarring. In de opdracht staat dat er gehercodeerd moet worden, maar blijkbaar hoef ik dat dus niet meer te doen.
Dag Marleen,

Het staat in de huiswerkopdracht aangegeven dat je zelf geen schalen hoeft te maken (jij hebt ze wel gechecht, maar dat hoeft niet). Wel wordt gevraagd om o.a. via factoranalyse de kwaliteit van schalen te controleren.

MvG, Rolf van Geel
Dag Rolf,

Ik zit met dezelfde vraag als mijn voorgangers: opdracht 3.1.1. is: "ga na met welke items bovengenoemde subschalen gemaakt zijn." Vervolgens lees ik in de terugkoppeling welke items dat zijn. Maar niet HOE je tot die conclusie komt. Is dit een academische inschatting van de lezer? Of is dit een berekening die je uit SPSS kunt halen (en wat is dan de syntax?)? Ik snap gewoon niet hoe je tot de gegeven conclusie komt!

Ik hoor heel graag!

Groet,

Brenda
Daarvoor dien je de scriptie goed door te nemen, met name de beschrijving in de resultatenparagraaf en bijlage 2, en ook het databestand. Het is eigenlijk best wel een puzzel, met name omdat de namen van de variabelen niet zo handig gekozen zijn. Vergelijk het met de andere databestanden in deze cursus, waarbij een directe koppeling is zien tussen de namen van variabelen en de vragenlijsten. MvG, Rolf
...