Dit is een site voor studenten van de Open Universiteit. Voordat je een vraag kunt stellen moet je even een account aanmaken (dit systeem is niet gekoppeld aan je OU studentnummer en wachtwoord).

Welkom bij het vraag- en antwoord systeem van de onderzoeks-practica van de studie psychologie bij de Open Universiteit.

Houd er, als je een vraag stelt, rekening mee dat je de richtlijnen volgt!

Mag een hypothese verwijzen naar een resultaat dat in de voorgaande hypothese zal bevonden worden?

0 leuk 0 niet-leuks

Beste dr. Ron Pat-El, andere docenten en medestudenten,

Mag een hypothese verwijzen naar een resultaat dat in de voorgaande hypothese zal bevonden worden?

Bijvoorbeeld iets als:

Hypothese 3: Er zal een interactie-effect zijn tussen conditie "..." en de manipulatie die, zoals bevonden in hypothese 2, het grootste effect bleek te hebben op de afhankelijke variabele "y" 

Dank voor het advies.

Tania Verhulst

gevraagd 10 november 2017 in Experimenteel Onderzoek (PB0402 en S05281) door Tania (220 punten)

2 Antwoorden

0 leuk 0 niet-leuks
Het is eigenlijk sowieso geen goed idee om zulke conditionele hypothesen te bedenken, want dat betekent dat je theoretisch bezien, een aanname maakt, gebaseerd op een eerdere ongeteste aanname.

Als een hypothese puur conditioneel is op een nog te toetsen situatie, dan is het netter om dit in twee losse experimenten op te knippen. In oudere artikelen van experimentele psychologische disciplines (cognitieve en sociale psychologie) kun je dit proces ook nog goed zien: Eerst wordt een aanname (set van hypothesen) getoetst. Op basis daarvan wordt dan de volgende stap (de volgende aanname) getoetst. In sommige artikelen werden dan wel een 3 of 4 experimten in sequentie gepresenteerd. Ieder experiment had een eigen inleiding methode (met steekproefbeschrijving) en eigen discussie. De expetimenten werden omsloten door een algemene inleiding en algemene discussie.

Tegenwoordig, omdat men beoordeeld wordt op aantal publicaties, knippen wetenschappers hun experimenten op in losse artikelen en is het in de psychologie niet zo heel gebruikelijk meer om series van experimenten te zien. Maar ook daar waar series nog steeds gebundeld worden beschreven: nooit wordt in een zelfde stelsel van hypothese een conditionele hypothese opgenomen. Aannamen worden niet in een zelfde experiment op aannamen gestapeld.

De oplossing in dit geval is om te realiseren dat Hypothese 3 onlosmakelijk verbonden is met 1 en 2: de eerste twee hypothesen zijn 'slechts' de hoofdeffecten die gespecifieerd zijn naast de interactiehypothese. Eigenlijk is hypothese 3 de enige hypothese die er echt toe doet. Ik zou daarom eerst deze hypothese goed formuleren, en dan na gaan denken hoe dit er in termen van hoofdeffecten (hypothese 1 en 2) uit kan zien.

Hoe dan ook: in hypothesen nooit naar vermeende uitkomsten van andere hypothesen verwijzen
beantwoord 10 november 2017 door Ron Pat-El (41,340 punten)

Beste dr Ron Pat-El,

dankjewel voor de snelle heldere toelichting en een methodiek om te herwerken. Eerst even middagmaal en dan begin ik er aan.

NB: Ik hou van de manier waarop u lesgeeft en dingen uitlegt, van zo een inzicht-bevorderende aard dat ik er blij van word (heb zonet opname bijeenkomst 2 beluisterd)...door ernaar te luisteren begin ik de onderliggende logica en grote lijnen meer te zien. Dankjewel. 

Groetjes,

Tania

0 leuk 0 niet-leuks

Ik zou dit niet doen. Ik denk dat het altijd beter is als een hypothese op zichzelf staat dan wanneer hij slechts te begrijpen is als je hem combineert met een eerdere hypothese.

Bovendien kan het verwarrend zijn om een voorschot te nemen op de uitkomst van eerdere analyses; dit is een soort noodzakelijk kwaad, maar het is handig om die 'condotionaliteit' van je hypothesen in het 'narrative' niet te expliciet te maken.

Verder, specifiek over jouw geval: deze hypothese lijkt sowieso vreemd.

Een hypothese moet altijd een theoretische onderbouwing hebben.

Nu lijkt het alsof je gewoon een soort uitspraak wil doen, maar dat daar eigenlijk geen onderbouwing voor is: "welke conditie dan ook het grootste effect heeft, daar is interactie mee". Dat is niet logisch.

Je ontwerpt een studie op basis van theorie. Sterker nog, een hypothese formuleer je altijd om iets te leren over een theorie.

Je moet dus bij het formuleren van je hypothese helder hebben waar je evidentie voor vindt als de data consistent zijn met die hypothese, en waar je evidentie voor vindt als de data niet consistent zijn met die hypothese (je kunt met nulhypothese significantie toetsing, dus op basis van $p$-waarden, nooit een van je hypothesen bevestigen of verwerpen; je toetst, zoals de naam zegt, uitsluitend de nulhypothese, dus alleen die kun je verwerpen; maar je formuleert meestal geen nulhypothesen).

Zoals je het nu formuleert lijkt het niet duidelijk wat de implicaties zijn als de data je hypothese al dan niet ondersteunen.

Kijk, het idee van hypothesen is dat je probeert om alvast als het ware je discussie te schrijven.

In je Methodesectie werk je in de Analysesectie uit welke analyses je doet (dit volgt uit je studie-ontwerp in combinatie met je hypothesen). In je inleiding heb je uitgelegd hoe de theorie en evidentie leiden tot je hypothesen. In combinatie met je analyseplannen moet dan dus ook al duidelijk zijn wat je conclusies gaan worden in de verschillende scenario's: bij de verschillende mogelijke uitkomsten van die analyses.

Kortom, voordat je data gaat verzamelen kun je in theorie al je mogelijke 'discussies' al schrijven. Dat doe je natuurlijk niet, maar dit niveau van helderheid, dat je dat al ongeveer voor je kunt zien, moet je wel hebben voordat je data gaat verzamelen. Anders is de kans groot dat je nog fouten maakt in je design of analyseplannen, en dan is de studie misschien voor niets. Dit wil je dus heel zeker weten voordat je start.

En de hypothese die jij hier formuleert impliceert dat je dat nog niet zo helder hebt.

Dus, ik zou zeggen, kijk nog een goed naar de theorie. En denk terug aan de wetenschapsfilosofie: je doel moet zijn om te bewijzen dat de theorie niet klopt. Dus, welke voorspellingen doet de theorie waarmee je de theorie zou kunnen falsisieren? Dat zijn je hypothesen.

Als de theorie (eventueel in combinatie met empirische uitkomsten) geen voorspellingen doet over interactie, waar komt die hypothese dan vandaan?

En in het uitzonderlijke geval dat de theorie precies de voorspelling doet die je in je hypothese hebt samengevat, zou ik het splitsen in aparte subhypothesen, waarin je die voorspellingen expliciet maakt.

beantwoord 10 november 2017 door gjp (64,700 punten)

Beste dr. Gjalt-Jorn Peters,

Ook voor u hartelijk dank voor de snelle reactie en de hulp om te herwerken. Heb grote honger, dus eerst eten en dan begin ik eraan.

Ik studeer psychologie met een vrij groot vrijstellingsdossier (de onderzoekspractica, een aantal andere vakken + de thesissen natuurlijk) en u geeft iets aan uit een vak (wetenschapsfilosofie) dat ik nog moet studeren... dat wordt dan een van de eerstvolgende dat ik zal bestellen.

Dankjewel

Tania

Wel, de bottom line is dat je als wetenschapper niet probeert om je ideeen te bevestigen. Je probeert juist om hypothesen te formuleren en ontwerpt dan een studie om die ideeen te toetsen. Je doel is dus niet om bij je vooropgezette ideeen te blijven. Om die reden is je doel niet per definitie om de nulhypothese te verwerpen (i.e. om een $p$-waarde $< .05$ te vinden.

Het gaat er vooral om dat je een toets ontwerpt die je iets leert over de theorie die je wil onderzoeken.

Maar als je wetenschapsfilosofie nog niet hebt gehad, hoef je hier niet te diep in te duiken nu. Het belangrijkste is dat je helder hebt 1) hoe je hypothesen uit de theorie volgen, en 2) wat verschillende uitkomsten van de toetsing van je hypothesen betekenen voor die theorie.
... En smakelijk eten! :-)
Top...dat probeer ik !
...