Dit is een site voor studenten van de Open Universiteit. Voordat je een vraag kunt stellen moet je even een account aanmaken (dit systeem is niet gekoppeld aan je OU studentnummer en wachtwoord).

Welkom bij het vraag- en antwoord systeem van de onderzoeks-practica van de studie psychologie bij de Open Universiteit.

Houd er, als je een vraag stelt, rekening mee dat je de richtlijnen volgt!

Wat moet je in LimeSurvey invullen bij de 'code' van een vraag, subvraag, of antwoordoptie?

0 leuk 0 niet-leuks
In LimeSurvey moet je elke vraag (question) een 'code' geven. Voor de meeste vraagtypes moet je bovendien een 'code' opgeven voor elke subvraag (subquestion) en soms zelfs voor elke antwoordoptie (answer option). Wat moet je hier invullen?
gevraagd 2 januari 2013 in Online vragenlijsten door gjp (64,700 punten)

1 Antwoord

0 leuk 0 niet-leuks

Deze codes bepalen de namen en de waarden van de variabelen die je uiteindelijk in je statistische programma (bijvoorbeeld R of SPSS) krijgt. Dit werkt zo:

  • Code van een vraag: dit wordt je variabelenaam in SPSS. De code die je hier invult, wordt dus eigenlijk bepaald door de regels met betrekking tot variabelenamen. In principe komen die hier op neer:
    • Gebruik 'selfexplanatory' namen, dus zo weinig mogelijk afkortingen tenzij het afkortingen van meetinstrumenten zijn (e.g. BDI voor de Beck's Depression Inventory of BFI voor de Big Five Index). Idealiter begrijpt iemand anders precies wat in elke variabele staat door naar de naam te kijken. Je kunt ook labels gebruiken; maar dit is onhandig om twee redenen. Ten eerste stelt LimeSurvey in SPSS de tekst van de vraag zelf in als label; en ten tweede gebruikt R bijvoorbeeld geen labels. De labels voor variabelenamen in SPSS zijn trouwens een overblijfsel van vroeger, toen variabelenamen in SPSS nog maximaal 8 tekens mochten zijn. Tegenwoordig kunnen die langer zijn, wat labels overbodig maakt (maar gebruik geen spaties! Gebruik camelCase, PascalCamelCase of Snake_Case. Van deze drie adviseer ik de camelCase waarbij het eerste woord zonder hoofdletter start. Dit omdat veel variabelenamen maar uit 1 woord bestaan, en dan hoef je dus niet steeds hoofdletters te gebruiken. Het risico van underscores, zoals in SnakeCase, is dat ze niet altijd worden ondersteund door software, dus die zou ik ook vermijden).
    • Gebruik Engelse namen, zodat je studie en databestand internationaal bruikbaar zijn. Hergebruik van data is erg belangrijk, maar dat maakt het natuurlijk wel nodig dat iedereen je databestand begrijpt.
  • Code van een subvraag: als je een vraag met subvragen hebt, zijn dit eigenlijk meerdere vragen met één inleiding (de tekst van de vraag). De eigenlijke vragen worden als subvragen gesteld. Omdat dit verschillende vragen zijn, moet de data van elke subvraag in een aparte variabele worden opgeslagen. Als je je data downloadt, plakt LimeSurvey de code van elke subvraag achter de code van de vraag om de variabelenamen aan te maken. Wat voor code je voor je subvragen moet gebruiken, hangt dus weer af van hoe je wil dat je variabelen heten. Meestal kun je gewoon nummers gebruiken, maar soms is een specifiekere aanduiding handig.
  • Code van een antwoordoptie: de codes van de antwoordopties bepalen de waarde die wordt opgeslagen als een proefpersoon de betreffende antwoordoptie kiest. Meestal is het het handigst om hier nummers voor te gebruiken. Dit zijn ook de codes waar je naar refereert als je wilt tailored met behulp van een relevance equation of een andere expression verderop in je vragenlijst.

In het algemeen is het te adviseren om je vragenlijst, voordat hij echt van start gaat, te activeren en zelf helemaal in te vullen. Download dan je data en zorg dat je die in SPSS krijgt, en kijk dan hoe je variabelen heten en welke waarden zijn ingevuld. Vergelijk dit met de vragenlijst in LimeSurvey, en pas desgewenst aan totdat je tevreden bent.

beantwoord 2 januari 2013 door gjp (64,700 punten)
bewerkt 25 maart 2016 door gjp
...