Dit is een site voor studenten van de Open Universiteit. Voordat je een vraag kunt stellen moet je even een account aanmaken (dit systeem is niet gekoppeld aan je OU studentnummer en wachtwoord).

Welkom bij het vraag- en antwoord systeem van de onderzoeks-practica van de studie psychologie bij de Open Universiteit.

Houd er, als je een vraag stelt, rekening mee dat je de richtlijnen volgt!

Is de codestructuur in het uitgewerkte verslag van thema 3, opdracht 3.2, een voorbeeld van coderen en indexeren of alleen van indexeren?

0 leuk 0 niet-leuks

Dat vraag ik zo, omdat bij thema 2.3 indexeren en coderen als volgt worden beschreven:

  1. Indexeren, sorteren, of organiseren: in deze eerste fase ordent de onderzoeker de vaak chaotische informatie aan de hand van de onderwerpen die worden besproken. Dit is dus vrij oppervlakkig; er wordt nog niet gekeken naar psychologische variabelen en processen.
  2. Coderen, labelen, categoriseren: in deze tweede fase wordt gekeken naar betekenisvolle patronen in de data. Hier wordt dus juist wel naar psychologische variabelen en processen gekeken.

(van Thema 2.3, vraag 2.3.1)

In de structuur zie ik mijns inziens alleen de oppervlakkige informatieverdeling terug, netjes gesorteerd: het indexeren. Waarom is dit "gecodeerd" te noemen?

Waar maak ik uit op dat de onderzoeker betekenisvolle patronen heeft gevonden en/of in psychologische variabelen heeft gedacht? Uit het feit dat bijvoorbeeld parentcode "Opvattingen over oppassen/opvoeden" onderverdeeld is in childcodes en die vervolgens ook weer zijn onderverdeeld . . . ?

Dit is toch gewoon alle informatie die bij elkaar hoort verzamelen en een duidelijke naam geven = indexeren.

Ik denk bij coderen aan een "diepere laag", die misschien fragmenten uit meerdere, verschillende parentcodes en childcodes omvat, en waar ik dan weer een nieuwe code voor aanmaak.

Voorbeeld, "betekenis geven" en "voldoening en plezier", dat staat heel dicht bij de tekst uit het interview, als je mij vraagt te coderen dan zou ik desbetreffende fragmenten uiteindelijk onder een veel abstractere code hangen, bijvoorbeeld "zelfwaardering" of "zelfvertrouwen", want daar zouden deze fragmenten een invloed op kunnen hebben.

Of denk ik veel te moeilijk?

Kort gezegd, het voorbeeld van 3.2 komt simpelweg dus zo op mij over dat de parentcodes uit het indexeren voortkomen en de onderliggende childcodes uit het daaropvolgende coderen.

gevraagd 28 november 2018 in Kwalitatief Onderzoek (oude cursus Observatie & Interview) door martinvdh_ (120 punten)

Aub. inloggen or registreren om deze vraag te beantwoorden.

...