Dit is een site voor studenten van de Open Universiteit. Voordat je een vraag kunt stellen moet je even een account aanmaken (dit systeem is niet gekoppeld aan je OU studentnummer en wachtwoord).

Welkom bij het vraag- en antwoord systeem van de onderzoeks-practica van de studie psychologie bij de Open Universiteit.

Houd er, als je een vraag stelt, rekening mee dat je de richtlijnen volgt!

Vuistregel correlatie

0 leuk 0 niet-leuks

Hallo :) 

Ik twijfel al een paar weken over iets en ben er ondanks oefenen en vragen nog niet zeker van. 

1. Stel je hebt een correlatie met een puntschatting van .23 en een b.i. van .18 - .28 (zoals in oefententamen 1 vraag 41). Wordt er voor het bepalen van de sterkte van de correlatie dan altijd enkel en alleen naar de puntschatting gekeken (in dit geval dus een zwakke correlatie) en niet naar de b.i.? Want o.b.v. de b.i. zou je kunnen zeggen; triviaal tot zwak verband. 

2. En maakt het nog uit of je wil weten hoe sterk de correlatie is in de steekproef of hoe sterk de correlatie is in de populatie? Oefentententamen 1 vraag 75 luidt namelijk: 

75.1 Deze vraag gaat over de tentamencasus.

Welke stelling is juist?

a In deze steekproef is de correlatie tussen tussen zitten op de pop en geïmiteerde agressie middelsterk

b De correlatie tussen zitten op de pop en geïmiteerde agressie is in de populatie waarschijnlijk minstens middelsterk.

Ik denk dat A fout is omdat de correlatie in de steekproef de punschatting van .529 is en dus een sterk verband en niet middelsterk. En dat B goed is omdat er bij de correlatie in de populatie wél gekeken moet worden naar de b.i. en die lopen van middelsterk (.457) tot sterk (.592). 

gevraagd 28 juni in Bivariate statistiek door sevinkm (200 punten)

1 Antwoord

0 leuk 0 niet-leuks
Inderdaad, het ligt er dus aan waar je uitspraken over wilt doen. Als je iets wilt zeggen over de puntschatting in je steekproef, dan kun je stellen dit is een sterke correlatie, als je uitspraken wilt doen over de populatie dan kijk je naar het BI. Daar kun je dus uit concluderen dat deze waarschijnlijk loopt tussen middelsterk en sterk.
beantwoord 30 juni door Natascha de Hoog (9,420 punten)
Bedankt voor de reactie. Het is mij nog niet geheel duidelijk wat ze dan in de toetsvragen willen. Ik wil graag weten waar ik in het algemeen in zulke tentamenvragen als de onderstaande voor moet kiezen.

Hoe weet ik a.h.v. deze vraagstelling of jullie vragen naar de puntschatting en steekproef of over de b.i. en populatie? Ik beantwoord dit nu alleen maar goed omdat die van de b.i. zowel triviaal als zwak zou zijn en dat niet onder de opties staat. Niet echt een optimale uitleg.

41.1 In een studie met 1500 deelnemers correleren twee variabelen met .24 (95% betrouwbaarheidsinterval [.19; .29]).

Hoe sterk is dit verband?

a Dit is een triviale correlatie.

b Dit is een zwakke correlatie.
Bij deze vraag gaat het over de correlatie in de steekproef en hoe sterk deze is. Voor zo ver ik weet zitten er geen strikvragen in het tentamen, als we van je verwachten dat je het onderscheidt maakt tussen steekproef en populatie dan zal dit duidelijk worden aangegeven zoals bij de tentamenvraag die je hierboven noemde.
Overigens - in deze vraag is het antwoord hetzelfde, of het nu over de steekproef of over de populatie gaat. Vermoedelijk zit de vraag zelfs zo in elkaar dat er nooit ambiguiteit is - dat de CIs dus nooit de 'vuistregelgrenzen' overschrijven, maar steed in een categorie vallen.
...