Dit is een site voor studenten van de Open Universiteit. Voordat je een vraag kunt stellen moet je even een account aanmaken (dit systeem is niet gekoppeld aan je OU studentnummer en wachtwoord).

Welkom bij het vraag- en antwoord systeem van de onderzoeks-practica van de studie psychologie bij de Open Universiteit.

Houd er, als je een vraag stelt, rekening mee dat je de richtlijnen volgt!

vraag 31 oefententamen 1: sphericity significant of niet?

0 leuk 0 niet-leuks

Het onderste antwoord is de juiste. Dat er geen conclusie kan worden verbonden snap ik niet helemaal, aangezien ik een p van 0.007 als significant gezien had. 

Vandaag heb ik mijn tentamen afgelegd (gehaald met een 8laugh). Deze output kwam er ook in voor (vraag 31) maar dan met een ander antwoord: dat er geen sprake was van significantie (p van 0.007) en dat er daarom naar Huynh-Feldt gekeken moest worden (P= 0.055). 

Dit bracht mij in de war. Voor mij was er wel sprake van significantie en dacht: als P significant is dan is het handig om te kijken naar correctie met Huynh-Feldt of GG en als er geen significantie is dan bij none). Zou u dit toe kunnen lichten?

gevraagd 27 oktober in Experimenteel Onderzoek (PB0402 en S05281) door studenteou (1,020 punten)

1 Antwoord

1 leuk 0 niet-leuks

Ik moet eerlijk zeggen dat ik ook even verward was door 'vanwege de correctie voor Sphericity', maar het klopt formeel.

Het effect van de interventie is significant (p = .044) wanneer er niet voor sphericiteitschending wordt gecorrigeerd. Door de significante epsilon, en dat de GG epsilon > .75, moet er een Huyn-Feldt correctie gedaan worden. Na deze correctie is het effect van de interventie niet meer significant (p = .055). 

Statistisch bezien klopt dat het de correctie op de vrijheidsgraden is die leidt tot een 'verlies' van significantie. Er kan dan inderdaad niet geconcludeerd worden of de interventie effectief is. Of dit in de werkelijke wereld ook de directe causatie is valt natuurlijk te betwisten ;)

Belangrijk is ook om te snappen waarom er niet geconcludeerd kan worden dat de interventie niet effectief is. Dit komt omdat de nullhypothesetoetsing daar niet voor toetst. Het niet-effectief zijn is hier de nulhypothese en wordt aangenomen als 'waar' voor alle berekeningen, zoals de p-waarde. De nulhypothesetoets geeft nooit informatie over de waarheid van de nulhypothese. (Baysiaanse statistiek nuanceert deze stelling wellicht, maar vanuit een frequentistisch raamwerk is er geen nuance mogelijk). 

beantwoord 29 oktober door Ron Pat-El (49,020 punten)
...