Dit is een site voor studenten van de Open Universiteit. Voordat je een vraag kunt stellen moet je even een account aanmaken (dit systeem is niet gekoppeld aan je OU studentnummer en wachtwoord).

Welkom bij het vraag- en antwoord systeem van de onderzoeks-practica van de studie psychologie bij de Open Universiteit.

Houd er, als je een vraag stelt, rekening mee dat je de richtlijnen volgt!

Zijn deze probleemstellingen, onderzoeksvragen en deelvragen correct?

0 leuk 0 niet-leuks

Ik heb probleemstellingen, onderzoeksvragen en deelvragen geformuleerd voor twee tentamens. Zijn deze correct?

[ Belangrijke informatie voor andere studenten: oefententamens worden in de regel niet nagekeken. Deze eenmalige uitzondering werd gemaakt om wat extra uitleg te geven bij probleemstellingen, onderzoeksvragen, en deelvragen. Soortgelijke vragen worden in de toekomst dus niet meer beantwoord. Als iets hier nog niet duidelijk is, kan dit als opmerking worden toegevoegd. ]

Oefen tentamen 1

Probleemstelling
Inzicht krijgen welke negatieve gevolgen mensen ervaren met psychopatholgische problemen naast die van de eigenlijke psychopathalogische problematiek

Onderzoeksvragen

  1. Welke factoren leiden er toe dat mensen meer negatieve gevolgen ervaren?
  2. Zijn er verschillen te onderscheiden van negatieve gevolgen tussen verschillende psychopathologiën?

Deelvragen bij onderzoeksvraag 1

  1. Welke factoren zijn van invloed op de negatieve effecten?
  2. Hoe uiten deze factoren zich?
  3. Wat is het effect van deze factoren op het ziektebeeld?

Dataverzameling:
Dmv casefinding en de sneeuwbalmethode.

Oefententamen 2

Probleemstelling:
Inzicht krijgen naar de redenen en oorzaken van ongewenste middelengerelateerde gedragingen

Onderzoeksvragen

  1. Welke factoren leiden ertoe dat mensen niet de richtlijnen volgen van verdovende of stimulerende middelen?
  2. Zijn er verschillen in het volgen van richtlijnen te onderscheiden tussen verdovende of stimulerende middelen?

Deelvragen onderzoeksvraag 2:

  1. Weten gebruikers van verdovende en stimulerende middelen welke risico’s dit middel met zich meebrengt?
  2. Hoe denken middelengebruikers over gebruiksrichtlijnen m.b.t dit middel?
  3. Wat zijn de redenen om deze richtlijnen wel of niet te volgen?
  4. Is er een verschil te onderscheiden tussen beginnende en ervaren gebruikers?

Dataverzameling:
Dmv kwalitatieve survey

gevraagd 22 oktober 2014 in Kwalitatief Onderzoek (oude cursus Observatie & Interview) door lianedriessen (180 punten)
bewerkt 23 oktober 2014 door gjp
Zijn deze formuleringen voor het proeftentamen 3 correct?
Indien mogelijk zou ik graag feedback ontvangen mbt de volgende formuleringen:
 
Probleemstelling:
 
Teneinde een bijdrage te leveren aan de theorievorming in het veld van antrozoologie wordt hier onderzocht welke functies gezelschapdieren vervullen in het dagelijkse leven en hoe deze functies veranderen gedurende de levensloop.
 
Onderzoeksvragen:
 
1 Welke functies vervullen huisdieren in het dagelijks leven?
2 Hoe veranderen deze functies gedurende de levensloop?
3 Hoe beoordelen mensen die een huisdier bezitten hun psychisch welbevinden?
 
Deelvragen voor onderzoeksvraag 1:
 
Welke huisdieren worden gerekend tot de gezelschapsdieren?
Welke redenen hebben mensen om een huisdier te nemen?
Wat is de invloed van de huisdier op de dagelijkse activiteiten van de huisdierbezittter?
Welke opvattingen zijn er over de relatie die de huisdierbezitter heeft met zijn/haar huisdier?
 

1 Antwoord

0 leuk 0 niet-leuks

Antwoord op OZ-vragen in de oorspronkelijke vraag (psychopathologie en middelengebruik):
Ik zou in je probleemstelling proberen de link te leggen naar het probleem. Je huidige probleemstellingen zijn relatief triviaal ivm de OZ-vraag.

Verder zijn je onderzoeksvragen vaak zo geformuleerd dat ze eigenlijk experimenten vereisen (i.e. ze vragen naar causaliteit). De 2de OZ-vraag bij oefententamen 1 is bovendien niet helemaal geformuleerd in accuraat (correct) Nederlands. Bij tentamen 2 juist weer wel.

De deelvragen bij tentamen 2 zijn prima; bij 1 bevatten de eerste en de derde causaliteit (kan eigenlijk niet met kwal. onderzoek), en de tweede is wat te vaag om bruikbaar te zijn.

Overigens moet je 'in het echt' je dataverzameling meer in detail uitleggen (welke methode, waarom?), en je lijkt nu dataverzameling en werving van deelnemers te verwarren?

Antwoord op OZ-vragen in de opmerking (anthrozoologie):
Bij de probleemstelling geldt dezelfde feedback: ik zou nog een stapje verder gaan. Je probleemstelling betreft de verantwoording, de rechtvaardiging van je studie. Waarom besteed je het gemeenschapsgeld dat je gebruikt goed? Theorievorming is in zichzelf niet zinvol. Omdat we beperkte middelen hebben, moeten we immers kiezen waar we theorie over willen vormen/ontwikkelen. Die keuze wordt bepaald door middel van waar we 'als mensheid' behoefte aan hebben. Theorievorming kan in zichzelf dus een doel zijn, mits die theorievorming bijdraagt aan een betere wereld. In dit geval betrek je dus idealiter concreet het antwoord op de vraag: "wat hebben we er aan te weten welke functies gezelschapsdieren vervullen in het dagelijkse leven?"

De onderzoeksvragen zijn uitstekend, niets op aan te merken. Deze vragen zijn allemaal te beantwoorden met kwalitatief onderzoek.

De deelvragen zijn ook prima. De derde lijkt in eerste instantie juist niet goed, omdat invloed immers een causaal concept is; maar na het beter lezen wordt duidelijk dat het hier expliciet gaat over dat ene huisdier (overigens 'het' huisdier). Er is dus geen pretentie dat er iets gezegd kan worden over de invloed van huisdieren op dagelijkse activiteiten; als dat het doel is, is een experiment nodig.

Extra uitleg:
Zie voor uitleg http://oupsy.nl/help/872/hoe-formuleer-ik-een-probleemstelling-en-de-deelvragen

beantwoord 23 oktober 2014 door gjp (64,700 punten)
bewerkt 24 oktober 2014 door gjp
Mbt de rechtvaardiging van de studie: als ik het goed begrijp moet elke studie niet alleen theoretische maar ook praktische relevantie hebben? Dus in de antrozoologie-vraag zou het maatschappelijke nut bijvoorbeeld kunnen zijn: teneinde nieuwe therapievormen ontwikkelen, hulpverlening verbeteren, strategieen aanreiken om het psychische welbevinden van mensen te verhogen .....?
Wel, hoe bepaal je wat theoretisch relevant is, zonder dit in te kaderen binnen de praktische relevantie? Het verder ontwikkelen van een theorie op een manier die de theorie niet meer bruikbaar maakt is niet erg zinvol. Theorieen ontlenen hun waarde aan hun toepasbaarheid. Het doel van de wetenschap is immers om de realiteit te begrijpen, zodat we die kunnen voorspellen en beinvloeden. Dus ja: in principe is er altijd een link met de realiteit. Die kan natuurlijk wel indirect zijn. Maar het werken aan een theorie mag nooit een doel in zichzelf worden; dan loop je het risico op een gegeven moment onderzoek te doen dat geen raakvlak meer heeft met de realiteit. Die we tenslotte in kaart willen brengen en verbeteren, uiteindelijk.
Overigens is het een ander verhaal als je geen wetenschappelijk onderzoek doet, maar bijvoorbeeld door een bedrijf wordt betaald. In dat geval hoeft je onderzoek alleen zinvol te zijn voor je opdrachtgever, niet voor 'de wereld' zeg maar.
...