Dit is een site voor studenten van de Open Universiteit. Voordat je een vraag kunt stellen moet je even een account aanmaken (dit systeem is niet gekoppeld aan je OU studentnummer en wachtwoord).

Welkom bij het vraag- en antwoord systeem van de onderzoeks-practica van de studie psychologie bij de Open Universiteit.

Houd er, als je een vraag stelt, rekening mee dat je de richtlijnen volgt!

Oefententamen 1 vraag 23, waarom juiste antwoord?

0 leuk 0 niet-leuks
Bij de vraag (23 proeftentamen 1) is het goede antwoord: "het is altijd zinvol ervan uit te gaan dat varianties tussen groepen ongelijk zijn, ondanks dat deze hier niet significant verschillen".

Eén van de assumpties is toch juist de homogeniteit van varianties? Wat begrijp ik nu niet?
gevraagd 13 november in Experimenteel Onderzoek (PB0402 en S05281) door manondekort (140 punten)

1 Antwoord

0 leuk 0 niet-leuks

Voor zover dit nog niet gedaan is loont het om naar de leeswijzer behorende bij Field en het boek van Field te kijken over deze assumptie. In bijvoorbeeld de leeswijzer behorende bij hoofdstuk 10 (t-test) staat een opmerking gemarkeerd als belangrijk, en onderstreept betreffende paragraaf 10.5.3:

Heel belangrijk!: Het boek van Field gaat er in deze paragraaf vanuit dat u hoofdstuk 6 gelezen hebt. Daar wordt de assumptie besproken dat twee vergeleken onafhankelijke groepen (statistisch) dezelfde variantie hebben. Hier volgt Field de laatste inzichten in de methodologie, en dat is dat men altijd uit moet gaan van ongelijke varianties. Deze lijn botst met eerdere versies van Field en oudere materialen op internet of in druk. In PB0402 zult u wel altijd moeten toetsen of varianties gelijk zijn, maar u zult ook verwacht worden Fields procedure in 10.6 en 10.7 te volgen, waarin er verder altijd van ongelijke varianties wordt uitgegaan.

beantwoord 16 november door Ron Pat-El (49,020 punten)
...