Dit is een site voor studenten van de Open Universiteit. Voordat je een vraag kunt stellen moet je even een account aanmaken (dit systeem is niet gekoppeld aan je OU studentnummer en wachtwoord).

Welkom bij het vraag- en antwoord systeem van de onderzoeks-practica van de studie psychologie bij de Open Universiteit.

Houd er, als je een vraag stelt, rekening mee dat je de richtlijnen volgt!

Field: assumptie ongelijke variantie alleen geldt bij de vergelijking van TWEE onafhankelijke groepen, toch niet meer?

0 leuk 0 niet-leuks
In de vraag in het oefententamen (oefententamen 1, vraag 23) worden drie groepen vergeleken (videofragment vooraf, tekst van het fragment vooraf of geen studie vooraf): uit Field maak ik op dat de assumptie ongelijke variantie alleen geldt bij de vergelijking van TWEE onafhankelijke groepen. Hier heb je toch drie onafhankelijke groepen? Geldt de assumptie dan nog steeds?
gerelateerd aan een antwoord op: Oefententamen 1 vraag 23, waarom juiste antwoord?
gevraagd 17 november in Experimenteel Onderzoek (PB0402 en S05281) door manondekort (140 punten)

1 Antwoord

0 leuk 0 niet-leuks

Ja. Een t-toets of een one-way ANOVA zijn speificieke varianten van wat breder linear models genoemd worden. Alle lineaire modellen hebben een aantal assumpties met elkaar gemeen, waaronder de assumptie van homoscedasticiteit, dus dat de variantie op Y gelijk blijft voor alle waarden van X. 

In een ANOVA-situatie, dus waar je met factoren werkt, zijn de waarden van X de groepen in X. De nulhypothese bij bijvoorbeeld een one-way ANOVA met drie groepen is:

$$ H_{0}: \mu_{1} = \mu_{2} = \mu_{3} $$

De aanname in de nul- en (impliciet daaruit de alternatieve hypothese) is dus dat de drie 'groepen' een identieke populatie (kans-)verdeling hebben, en bij de alternatieve hypothese dan ook dat de groepen enkel verschillen in waar het centrum gelokaliseerd is. Simpel gezegd; de alternatieve hypothese is dat alle groepen zich precies hetzelfde gedragen, maar dat ze verschillende gemiddelden hebben.

Daarom maakt het niet uit hoeveel groepen je hebt: de varianties in alle groepen (alle waarden van de predictorvariabele) moeten homogeen (hetzelfde) zijn. 

Dit is dus ook het geval bij regressieanalyses, waar de predictorvariabele X een continue variabele is met theoretisch eindeloos veel waarden. Hier is het niet mogelijk om de Levene;s test uit te voeren, en wordt meestal een visuele inspectie gedaan van de residuen (geobserveerde Y) ten opzichte van het model (voorspelde Y).   

beantwoord 17 november door Ron Pat-El (49,020 punten)
bewerkt 17 november door Ron Pat-El
...