Dit is een site voor studenten van de Open Universiteit. Voordat je een vraag kunt stellen moet je even een account aanmaken (dit systeem is niet gekoppeld aan je OU studentnummer en wachtwoord).

Welkom bij het vraag- en antwoord systeem van de onderzoeks-practica van de studie psychologie bij de Open Universiteit.

Houd er, als je een vraag stelt, rekening mee dat je de richtlijnen volgt!

0 leuk 0 niet-leuks
In hoofdstuk 6 van het open MenS boek staat in 9.1: betrouwbaarheid is het kwadraat van de correlatie tussen twee parallelle meetinstrumenten. In cursus test en toetstheorie heb ik geleerd dat betrouwbaarheid gelijk is aan de correlatie tussen twee parallelle meetinstrumenten. Vanwaar dit verschil?

Ik begrijp dit niet goed en zou graag meer uitleg krijgen.
in Cross-sectioneel Onderzoek (OCO, PB08x2) door (460 punten)

1 Antwoord

0 leuk 0 niet-leuks
Het hangt er vanaf hoe je betrouwbaarheid definieert. Je kunt error definieren als het percentage meetfout. Als je error zo definieert, dan is de betrouwbaarheid het percentage van de variantie dat geen meetfout is, oftewel, het percentage verklaarde variantie, oftwel, $r^2$. Als je dan een correlatie tussen twee parallelle meetinstrument vindt van $r=.8$, dan betekent dat dat beide meetinstrumenten ongeveer $r^2=.8^2=.64$ van hun variantie delen (oftewel 64%). Je kunt dus uit de ene meting 64% van de andere voorspellen. Dat betekent dat er 36% "unaccounted for" is: meetfout of ruis.

Maar, hoewel dit een intuitieve definities is, kun je betrouwbaarheid ook definieren als precies die correlatie tussen beide instrumenten. Deze definitie heeft dan weer het voordeel dat hij consistent is met de interpretatie van interne consistentie als betrouwbaarheid.
door (77.5k punten)
...