Dit is een site voor studenten van de Open Universiteit. Voordat je een vraag kunt stellen moet je even een account aanmaken (dit systeem is niet gekoppeld aan je OU studentnummer en wachtwoord).

Welkom bij het vraag- en antwoord systeem van de onderzoeks-practica van de studie psychologie bij de Open Universiteit.

Houd er, als je een vraag stelt, rekening mee dat je de richtlijnen volgt!

0 leuk 0 niet-leuks
Hi,

in openmens 31.5.2.2 staat een stukje :"als er post-hoc vier groepen vergeleken worden, zijn er zes paarsgewijze vergelijkingen met een Bonferonni gecorrigeerde alpha van αBonferonni=.05/6=0.0083."

ik heb af en toe het idee dat ik het begrijp en af en toe lees ik een stuk en dan ben ik het helemaal kwijt lol.

Dat ligt aan mij en ws heb ik het stuk paarsgewijs niet goed opgeslagen en begrepen..

De vraag hier is kan iemand uitleggen waarom als er 4 groepen vergeleken worden er zes paarsgewijze vergelijkingn met een bonferonni zijn (na eerder drie paarsgewijze vergelijkingen)

waarom 6 is dus de vraag, ik hoop dat ik t zo een beetje duidelijk heb verwoord.
in Inleiding Onderzoek (OIO, PB02x2; was Inleiding Data Analyse, IDA) door (1.2k punten)

1 Antwoord

0 leuk 0 niet-leuks
 
Beste antwoord

Het is ook een beetje tegenintuitief, maar gelukkig duidelijk uit te leggen.

Als je vier groepen hebt: {A, B, C, D}, dan kun je de volgende paren (combinaties) vormen:

  1. {A, B}
  2. {A, C}
  3. {A, D}
  4. {B, C}
  5. {B, D}
  6. {C, D}
Je zou ook kunnen stellen dat er 12 mogelijke paren zijn (permutaties), maar dat zou hier tot dubbeling leiden, omdat {A,B} dezelfde p-waarde oplevert als {B,A}; de verdeling is symmetrisch. Om deze reden is het voldoende om het aantal mogelijke combinaties op te tellen
door (59.6k punten)
geselecteerd door
super thx, makes sense! (het lijkt vanaf hoofdstuk 7 op een zeer vreemde taal voor mij)
...