Dit is een site voor studenten van de Open Universiteit. Voordat je een vraag kunt stellen moet je even een account aanmaken (dit systeem is niet gekoppeld aan je OU studentnummer en wachtwoord).

Welkom bij het vraag- en antwoord systeem van de onderzoeks-practica van de studie psychologie bij de Open Universiteit.

Houd er, als je een vraag stelt, rekening mee dat je de richtlijnen volgt!

0 leuk 0 niet-leuks

Deze vraag is al eerder gesteld maar door de vraagsteller zelf gesloten aangezien ze het antwoord zelf had gevonden. Voor mij, en met mijn andere studenten, is deze vraag nog steeds onduidelijk. Vandaar dat ik het opnieuw inbreng.

In de oefententamens (o.a. 1e oefententamen vraag 32) wordt de terminologie gebruikt dat eta2 'triviaal' of 'marginaal' is. Deze termen komen in de stof niet voor. 'Triviaal' lijkt op onduidelijk maar dat wordt er niet mee bedoeld lijkt het. 'Marginaal' wordt gebruikt voor een eta2= 0.08 wat > 0.06 en < 0.14 en daarmee een gemiddeld effect volgens de tabel. Marginaal klinkt echter als heel klein.

Kortom de vraag is wat de termen triviaal en marginaal betekenen in de statistische context?

in Experimenteel Onderzoek (PB0402 en S05281) door (160 punten)
"Marginaal" wordt vooral gebruikt in de context van nulhypothesesignificantietoetsing, en betekent dan "niet significant".

"Triviaal" is een label voor effectgroottes die kleiner zijn dan klein. Heel erg klein dus. Overigens wordt de toepassing van vuistregels om effectgroottes (of $p$-waarden) te beschrijven vaak afgeraden tenzij je een duidelijk kader hebt dat je van te voren (voordat je data ging verzamelen) hebt onderbouwd.

Ik weet niet precies wat met deze vraag wordt bedoeld (ik kan nu niet snel naar het oefententamen kijken): is die eta2 misschien niet significant?

Het lukt me niet om de vraag te kopiëren. Het gaat in elk geval om een RM ANOVA met een onderzoek naar het effect van Mindfullness op geluk met verschillende meetmomenten. Het geluk neemt toe maar de vraag is of het significant is.

De asssumptie van sphericiteit wordt geschonden. O.b.v. Huyn-Feldt voor geluksverschillen is F(1.61, 46.82)= 3.31, p = .055 met een eta2 = 0.076

Het goede antwoord bij deze vraag is:

De eta kwadraat geeft een marginaal effect aan.

Het klopt inderdaad dat het effect op geluk niet significant is. De eta kwadraat is echter wel groter dan 0.06.

Het betreft hier natuurlijk ook een partieel eta kwadraat waarbij je misschien moet kijken naar >0.2, >0.13 en > 0.26. In dat licht zou een eta2 van 0.076 inderdaad klein/marginaal zijn.

Maar ik begrijp uit jouw antwoord hierboven dat je deze lijstjes helemaal niet moet gebruiken. De lijstjes met inschatting van de effectgroottes worden ook niet in de behandelde stof gegeven maar er zijn er nog een paar bekend uit IDA. De waardes voor klein, gemiddeld, groot van de partieel eta kwadraat echter weer niet. Deze is gevonden bij een antwoord via de onderzoeksvragen.

In de oefenvragen wordt echter regelmatig de vraag gesteld of een effect klein, gemiddeld of groot is. Dus de lijstjes voor de effectgroottes moet je wel kunnen toepassen.

Dus de vraag blijft hoe je marginaal in deze context moet lezen?

1 Antwoord

0 leuk 0 niet-leuks

Dank voor de toelichting!

Ik vermoed dat de term 'marginaal' dan wordt gebruikt om aan te geven dat er geen reden is om aan te nemen dat er een verband is (want als je NHST toepast, verbind je jezelf aan de alpha die je a priori kiest, je kunt daar dan niet mee gaan schuiven omdat je 'net niet' onder die grens komt), en dat wordt dan toegepast op de effect size.

Schat ik. Maar, ik zal deze vraag nog even onder de aandacht brengen van de examinator, dan kan hij me corrigeren als ik er naast zit!

Stefan Gruijters en ik hebben onlangs een artikel geschreven dat precies in gaat op hoe je tijdens de planning van je studie de effectgrootte kunt vaststellen (https://doi.org/10.1080/08870446.2020.1841762): in paragraaf "What effect size should be used to plan sample size?" gaan we in op die vuistregels, waarom je die eigenlijk niet moet gebruiken; en wat je dan wel moet doen.

NB: dit gaat over als je wetenschappelijk onderzoek doet; dit valt buiten het curriculum!

door (71.8k punten)

Ik blijf het verwarrend vinden.

In het 2e oefententamen (vraag 32) worden met dezelfde gegevens nl. de volgende 2 stellingen gegeven.

A. De p-waarde geeft geen significantie aan, dus het effect is marginaal.

B. Het effect is 0.076, hetgeen geen groot effect is.

Hierbij lijkt stelling A aan te sluiten bij jouw uitleg maar dit is niet het goede antwoord. Het juiste antwoord is stelling B. Het lijkt dus wel echt om de grootte van het getal te gaan.

Fijn wanneer je bij de examinator onder de aandacht kan brengen hoe we deze vraag moeten lezen en of we het al dan niet moeten vergelijken met tabellen voor effectgroottes. En dan natuurlijk welke tabel voor de eta2.

...