Dit is een site voor studenten van de Open Universiteit. Voordat je een vraag kunt stellen moet je even een account aanmaken (dit systeem is niet gekoppeld aan je OU studentnummer en wachtwoord).

Welkom bij het vraag- en antwoord systeem van de onderzoeks-practica van de studie psychologie bij de Open Universiteit.

Houd er, als je een vraag stelt, rekening mee dat je de richtlijnen volgt!

0 leuk 0 niet-leuks

Ik ben bezig met het vak Cross-sectioneel onderzoek. Ik vraag me af of als je een cross-sectioneel ontwerp hebt, of je dan onderzoeksvragen altijd moet formuleren over het 'overkoepelende psychologische construct' of dat onderzoeksvragen ook over 'sub-constructen' mogen gaan.

Stel bijvoorbeeld dat je geinteresseerd bent in hechting als 'hoofdconstruct', kun je dan de subconstructen van het hoofd-psychologisch-latente construct, in dit geval Hechting meenemen (naast twee andere variabelen)?

Zou je bijvoorbeeld in een cross-sectionele studie de volgende onderzoeksvraag kunnen formuleren?

  • Wat is de relatie tussen verschillende aspecten van hechting (communicatie, vertrouwen en vervreemding en isolement) en de  gehanteerde vorm van emotieregulatie van pubers?
  • En welke rol speelt zowel moeder als vader daarin?
in Cross-sectioneel Onderzoek (OCO, PB08x2) door (160 punten)

1 Antwoord

0 leuk 0 niet-leuks

Ik zal even wat uitgebreider reageren omdat deze vraag nuttig kan zijn voor studenten die met de eindopdracht bezig zijn.
 

In een cross-sectionele studie kun je geen onderzoeksvragen beantwoorden over twee dingen:

  • Causaliteit, dus het effect, of invloed, van de ene variabele op de andere;
  • Tijd, dus processen die zich over tijd ontplooien

Onderzoekvragen moeten zich dus beperken tot:

  • De aard van constructen (wat maakt onderdeel uit van wat, wat overlapt met wat)
  • Samenhang tussen constructen, waarbij een verband niet impliceert dat de constructen elkaar kunnen beinvloedden

In jouw voorbeelden is de eerste in principe, conceptueel, prima. Maar:

  • Het is nog een beetje vaag wat met 'de gehanteerde vorm van emotieregulatie' wordt bedoeld; dit leest in eerste instantie alsof elke deelnemers een type emotieregulatie hanteert, terwijl dit meestal continue variabelen zijn. In dat geval zou je dus meerdere afhankelijke variabelen hebben, bijvoorbeeld 1) het verband tussen commmunicatie en herwaardering; 2) tussen communicatie en onderdrukking; 3) tussen vertrouwen en herwaardering; 4) tussen vertrouwen en onderdrukking; etc etc. Of worden de dimensies van emotieregulering geaggregeerd, en zoja, 1) hoe dan, en 2) hoe betreft dat aggregaat dan 'de gehanteerde vorm van emotieregulatie'?
  • De tweede onderzoeksvraag is heel vaag. Hoe zou je dat analyseren? Wat bedoel je precies met 'rol'? Dit kan makkelijk worden geinterpreteerd als oorzakelijk; e.g. dat de hechting invloed heeft op emotieregulatie, en dat die invloed anders verloopt als het gaat om hechting met de moeder dan bij hechting met de vader. Dat kun je niet beantwoorden met cross-sectioneel onderzoek, dus het is belangrijk dit goed uit te werken zodat je helder hebt wat je wil onderzoeken.

Een tip is om je onderzoeksvraag alvast te linken aan de analyses die je wil doen om die te beantwoorden.
 

Als je niet voor jezelf helder kunt krijgen wat voor analyse je precies zou doen, en niet alvast een beeld hebt van hoe de mogelijke uitkomsten van die analyse de basis vormen voor het antwoord op je onderzoeksvraag, dan is dat een teken dat het geen goede onderzoeksvraag is (of dat je de analyses nog niet goed snapt, dat kan ook natuurlijk).
 

Zorg dus dat je de onderzoeksvraag en je analyseplan overeenstemmen (zie ook Studietaak 6.1, waar je bij dit proces wordt begeleid in de eindopdracht).
 

Tot slot nog een algemene tip: hou het simpel. Bij wetenschappelijk onderzoek is het verleidelijk om allerlei onderzoeksvragen te willen beantwoorden, maar het gedegen onderbouwen van 1 onderzoeksvraag is al best lastig, dus wees heel terughoudend met het toevoegen van onderzoeksvragen.

door (77.6k punten)
...