Dit is een site voor studenten van de Open Universiteit. Voordat je een vraag kunt stellen moet je even een account aanmaken (dit systeem is niet gekoppeld aan je OU studentnummer en wachtwoord).

Welkom bij het vraag- en antwoord systeem van de onderzoeks-practica van de studie psychologie bij de Open Universiteit.

Houd er, als je een vraag stelt, rekening mee dat je de richtlijnen volgt!

0 leuk 0 niet-leuks

Dag Gjalt-Jorn, 

Gisteren tijdens de bijeenkomst heb ik kort een vraag gesteld over het gebruik van de variabelen voor de onderzoeksvraag voor het eindverslag. Het antwoord hierop was dat er minimaal drie variabelen toegepast moeten worden. Ik ben nu toch weer in de war en wellicht omdat ik iets anders onder variabelen versta en we elkaar misschien niet helemaal goed hebben begrepen gisteren. 

Ik neem voor het gemak thema pubers. Variabelen: hechting/emotieregulatie/zelfvertrouwen/depressieve klachten. Daaronder vallen constructen zoals communicatie en vertrouwen voor hechting. Klopt dit wel of zijn communicatie en vertrouwen (ook?) variabelen? In thema 6 wordt als voorbeeld de vraag welke aspecten van depressieve klachten en emotieregulatie overlappen gegeven. Ik denk dan "hier worden twee variabelen gebruikt'' en dat mocht niet voor het verslag. Klopt dit dan ook? 

Vaak denk ik te moeilijk en ik hoop ook in deze. Volstaat de vraag welke aspecten van depressieve klachten en emotieregulatie overlappen als onderzoeksvraag en mag je deze gebruiken voor je verslag? Naar aanleiding van de reactie van gisteren ben ik aan het rommelen geweest en kwam uit op bijvoorbeeld: Hoe hangt de hechting met de ouder samen met emotieregulatie en depressieve klachten bij pubers van 12 jaar? In mijn beleving heb ik dan drie variabelen (hechting/emotieregulatie/depressie) meegenomen. Toch klinkt het nog niet helemaal goed... 

Ik hoop dat je mee wil kijken. Dank je wel alvast! 

Groet,
Merlina 

in Cross-sectioneel Onderzoek (OCO, PB08x2) door (120 punten)

1 Antwoord

0 leuk 0 niet-leuks

Goede vraag. Deze is ook gerelateerd aan deze andere vraag van een andere student eerder vandaag.

Een variabele is het makkelijkst te zien als een kolom in je dataset die je uiteindelijk gaat analyseren.

Als je construct "hechting" onderzoekt, en je aggregeert alle items die worden gebruikt om hechting te meten naar 1 variabele/kolom in je dataset die je dan gaat analyseren, dan is dat 1 variabele.

Als je construct "depressieve klachten" onderzoekt, maar je aggregeert niet helemaal tot 1 kolom, en behoud in plaats daarvan de aparte aspecten, en gebruikt die bijvoorbeeld als voorspellers in een lineair regressiemodel waarbij je herwaardering (als emotieregulatiestrategie) als afhankelijke variabele opneemt, dan heb je dus meerdere variabelen; 1 voor elke voorspeller en 1 voor de afhankelijke variabele.

Zoals ik aangaf betreft de eindopdracht een examen. Met de eindopdracht moet het mogelijk zijn om te beoordelen of je item-analyse, factor-analyse, en multipele regressie-analyse beheerst.

Heel concreet volgen hieruit de volgende kaders voor je onderzoeksvraag:

  • Minimaal een van de variabelen moet met meerdere items zijn gemeten, zodat je daarmee kunt laten zien dat je item-analyse en factor-analyse beheerst (in de praktijk zullen waarschijnlijk al je variabelen met meerdere items zijn gemeten, trouwens, maar toch, voor de volledigheid noem ik deze ook even);
  • Minimaal een van je onderzoeksvragen (en het is prima als je er maar eentje hebt, sterker nog, voor je cijfer maakt het niet uit of je 1 onderzoeksvraag hebt of 10, dus ik adviseer om het eenvoudig te houden, het leven is al moeilijk genoeg) kan worden beantwoordt met een regressie-analyse met minstens 2 voorspellers.
Is dit een voldoende concreet antwoord?
door (77.0k punten)
Dank voor je snelle reactie. Ik begrijp het nu beter. Ik vraag mij alleen nog af of mijn onderzoeksvraag afgebakend genoeg is volgens jou of dat ik specifieker moet zijn in de onderdelen van emotieregulatie en depressieve klachten? Hechting is uiteengezet in ouder (vader/moeder), wat zou jouw advies zijn voor de andere twee onderdelen? Zo laten of specificeren?

Dank weer!

Groet,
Merlina
Dank voor uw snelle reactie.
Afhankelijk van de ontologische soort die je veronderstelt en het meetmodel dat bij je meetinstrument hoort, geldt vaak dat er een 1-op-1 relatie bestaat tussen de geaggregeerde datareeks in je dataset en het construct waar je onderzoeksvraag over gaat.

Met andere woorden: als je uiteindelijk de analyses, die je gaat doen om je onderzoeksvraag te beantwoorden, gaat uitvoeren met 1 variabele (kolom in je dataset) voor een gegeven construct (bijvoorbeeld hechting, of depressie, of welzijn, etc), benoem dan die variabele als zodanig.

Maar, als je drie variabelen (kolommen) gaat analyseren, bijvoorbeeld omdat je niet 'dooraggregeert' maar drie subconstructen van een construct analyseert (bijvoorbeeld verschillende subconstructen onder hechting, depressie, of welzijn, etc), benoem ze dan ook als verschillende constructen in je onderzoeksvraag.

In studietaak 6.1 wordt dit uitgelegd; je onderzoeksvraag of onderzoeksvragen moeten corresponderen met je analyseplan. Daarom stel je die tegelijk op. Het niveau waarop je naar constructen verwijst moet dus consistent zijn in je inleiding en je analyseplan (en dus je analyses).

Misschien helpt dit als uitleg.

In principe is onderzoek een vraag over een model: een meetmodel of een conceptueel model. Dat model druk je uit in een statistisch model dat je uitvoert op je data. De resultaten daarvan interpreteer je in je discussie en vormen de basis van je conclusies.

Je onderzoeksvragen beschrijven de mogelijke uitkomsten van het uitvoeren van die analyses zo bondig mogelijk. Het model dat je analyseert (of, de modellen die je analyseert; oftewel, de hoofdanalyses die je uitvoert) is de kern van je artikel/verslag. Zowel je onderzoeksvragen als je conclusies moeten corresponderen met die hoofdanalyses.
...