Dit is een site voor studenten van de Open Universiteit. Voordat je een vraag kunt stellen moet je even een account aanmaken (dit systeem is niet gekoppeld aan je OU studentnummer en wachtwoord).

Welkom bij het vraag- en antwoord systeem van de onderzoeks-practica van de studie psychologie bij de Open Universiteit.

Houd er, als je een vraag stelt, rekening mee dat je de richtlijnen volgt!

0 leuk 0 niet-leuks
We hebben bewegend leren als onafhankelijke variabele en rekenresultaat als afhankelijke variabele. Nu kan bewegend leren ook leerplezier opwekken. Door te bewegen terwijl je leert vind je het leren leuker. En leerplezier kan ook betere leerresultaten tot gevolg hebben. We dachten daarom om leerplezier als covariaat op te nemen. Vervolgens is natuurlijk de vraag of leerplezier wel zo onafhankelijk is van bewegend leren. Dus we checken de assumpties. Alleen het probleem is dat je ook wil checken of het leerplezier toeneemt als je gaat bewegen naast dat bewegen zelf leerresultaten beïnvloedt. Dus we hebben toch 2 metingen nodig, een voor- en nameting ook voor leerplezier, naast de leerresultaten voor- en nameting. Dat is bij een covariaat niet gebruikelijk. Dan zouden we een moderator of mediator kunnen gebruiken. Dat hebben we nog niet in de statistiekvakken behandeld maar als ik Field hfdst 10 erbij haal dan lijkt het erop dat ook dan er toch een soort van onafhankelijke variabele aanwezig is en niet een variabele die twee resultaten kan veroorzaken. En wij hebben te maken met 1 onafhankelijke variabele die mogelijkerwijs 2 onderdelen veroorzaakt en van invloed is op eenzelfde resultaat. Daarnaast zouden wij heel graag willen weten wat het precieze effect van het bewegen is. Hoe toets je dat? Mag je toch een covariaat gebruiken met 2 meetmomenten? Is het toch een mediator?

Of moeten we toch dan naar een factorieel design met within subjects en between subjects? We hadden juist geen within subjects omdat we juist de gemiddelden van de groepen met elkaar willen vergelijken omdat je niet gedifferentieerd les kunt geven met deze bewegingen en we niet geïnteresseerd zijn in verschil per leerling maar voor de gehele klas. Dus vandaar geen RM-Anova gekozen.

Dan zou nog een Manova kunnen zijn maar dan meet je nog altijd niet welke deel van de leerresultaten komt door het bewegen zelf of door het leerplezier van het bewegen of zien we dit verkeerd?

Het lijkt dat we tussen wal en schip vallen.

Dank is groot.

Letizia
in Multivariate statistiek door (280 punten)
bewerkt door
Het helpt wellicht (mij, maar vooral jullie zelf) om het model eens uit te tekenen.

Theoretische vragen eerst theoretisch oplossen; probeer niet de inclusie van variabelen af te laten hangen van wat er statistisch op mogelijk is. Dus, als jullie veronderstellen dat bewegend leren leuker is (meer plezier) en dat dit (mede) leidt tot rekenprestatieverbetering, dan is dit conceptueel een serie noodzakelijke variabelen. Het model is dan tevens een mediatiemodel.

Wat er allemaal wel of niet gebruikelijk zou zijn bij covariaten snap ik niet helemaal; time-varying covariates, of fixed covariates bestaan beiden, hebben ieder hun plaats en functie, dus ik zou mij hier pas druk om maken als het conceptuele model helder en 'definitief' is.

Stap 2 is om het conceptuele model te operationaliseren. Bij de bolletjes en pijltjes zou concreet uitgewerkt moeten worden welke variabele het construct dekt (en de niveau's of schaalrange). Het kan dan helder worden of een construct niet stiekem opgedeeld is in meerdere variabelen. Hoe dit opgelost wordt moet dan per situatie besloten worden.

Bottomline: de vragen zijn een beetje all-over-the-place omdat het erop lijkt dat onderzoeksvraag/conceptueel model en analyse al met elkaar worden verweven. Leg je eerst vast op je model, en maak je daarna pas druk over hoe dit te analyseren.

Dank Ron Pat-El!

Dat snijdt hout.

Eigenlijk is de korte vraag als blijkt dat je een analyse methode moet gaan gebruiken die we nog niet eerder hebben gebruikt of behandeld hebben in de statistiekmodules tot nu toe en in Field en internet niet een recht toe recht aan antwoord te vinden is hoe kom je dan beste tot informatie?  Is er ergens een overzicht van als je die en die variabele hebt of dat conceptuele model dan doe je dit of dat en dan is hier een voorbeeld van. Ik neem aan dat hoe verder in je in onderzoek terecht komt ook de conceptuele modellen complexer worden  etc. Zolang het blijft in de kaders van de statistiekmodules die we hebben gehad is het allemaal duidelijk maar als het er net buiten kleurt..

Dank voor het antwoord. 

hartelijke groet, Letizia Sciarone

Aub. inloggen or registreren om deze vraag te beantwoorden.

...