Dit is een site voor studenten van de Open Universiteit. Voordat je een vraag kunt stellen moet je even een account aanmaken (dit systeem is niet gekoppeld aan je OU studentnummer en wachtwoord).

Welkom bij het vraag- en antwoord systeem van de onderzoeks-practica van de studie psychologie bij de Open Universiteit.

Houd er, als je een vraag stelt, rekening mee dat je de richtlijnen volgt!

0 leuk 0 niet-leuks

Hoi iedereen! Ik heb een vraag over steekproevenverdeling nav figuur 3.3.5 en 3.3.6. Ik dacht dat ik steekproevenverdeling begreep maar niet dus. Ook na het terugkijken van bijeenkomst 1 en het vragenuurtje blijft het me puzzelen wat een steekproevenverdeling nu precies is, waar het voor dient, en hoe het werkt.

Maar goed, figuur 3.3.5 en 3.3.6 dus.

Hier gaat het over een steekproef die data heeft verzameld over hoeveel mensen de loterij hebben gewonnen en hoe vaak. Deze steekproef heeft geen normaalverdeling, wat mij vrij logisch lijkt, want de hoeveelheid mensen die een loterij wint, neemt uiteraard af als de winfrequentie toeneemt, simpelweg omdat de kans om 4x te winnen vele malen kleiner is dan om 1x te winnen. 

Vervolgens worden steekproevenverdelingen laten zien die naarmate de steekproefgrootte toeneemt, veel meer op een normaalverdeling gaan lijken. Nu ligt het hoogste gemiddelde rond 2.5. Is dit dan niet een vertekening van de werkelijkheid? Want in welke werkelijkheid zijn er meer mensen die 2.5 keer de loterij hebben gewonnen dan die nog nooit de loterij hebben gewonnen (0)? Op deze manier ligt de steekproevenverdeling toch helemaal niet dichterbij de werkelijke populatie dan die ene steekproef? En wat is het nut dan? Puur om een normaalverdeling te krijgen? Ik dacht dat wetenschappelijk onderzoek gericht was op het verkrijgen van informatie over de werkelijkheid?

Zie ik nu iets over het hoofd? Vat ik iets op als iets wat het niet is? Ik hoop zo dat iemand mij helderheid kan geven, want ik ben al drie dagen aan het puzzelen op het begrip 'steekproevenverdeling' en wil graag verder met de cursus.

Alvast super bedankt als iemand verheldering wil geven!

Jeske

in Inleiding Onderzoek (OIO, PB02x2; was Inleiding Data Analyse, IDA) door (660 punten)

1 Antwoord

0 leuk 0 niet-leuks
 
Beste antwoord

Het korte antwoord is dat de steekproevenverdeling een theoretische verdeling is die we gebruiken bij onze statistieken. Het mooie van een steekproevenverdeling is dat deze bij groot genoege steekproeven normaal verdeeld is, ook als de variabele zelf niet normaal verdeeld is. Die steekproevenverdeling gebruiken we voor het berekenen van betrouwbaarheidsintervallen, die ons helpen onze steekproef resultaten te vertalen naar de populatie.

Zie ook deze uitleg van mijn collega: https://onderzoeksvragen.ou.nl/index.php/9497/uitleg-bij-verwerkingsopdracht-3-5-4

door (37.3k punten)
geselecteerd door
Hoi Natascha, dank je wel! Dit antwoord helpt enorm, en ook de antwoorden in de link die je gaf. ik begin het te vatten. De steekproevenverdeling zegt dus in feite niet zoveel over de populatie, maar meer over hoe betrouwbaar de waarden van een gegeven steekproef kunnen worden opgevat, heb ik dat zo goed begrepen? Dus een niet normaal verdeelde steekproef, die daarmee representatief is voor de populatie, kan vervolgens wel een steekproevenverdeling opleveren die normaal verdeeld is, en hoe normaal verdeeld deze steekproevenverdeling is, laat zien hoe betrouwbaar de waardes uit je steekproef zijn. Klopt dit?

Een laatste vraag: kan er een steekproevenverdeling gemaakt worden vanuit slechts één steekproef? Of heb je daar meerdere steekproeven voor nodig? Wat herhaal je precies eindeloos om tot een steekproevenverdeling te komen? Is dat die ene steekproef met dezelfde populatie, of maakt het gebruik van 'fictieve' steekproeven, dus ook waardes die niet in je steekproef zijn opgenomen? (want je hebt niet altijd kennis over de populatie buiten je steekproef).
Als bovenstaande vraag voor nu niet relevant is om beantwoord te krijgen, omdat dit deze cursus overstijgt, dan hoor ik dat graag, en leg ik het naast me neer. Maar mocht dit wel belangrijk zijn voor het begrijpen van de stof om het tentamen te halen, dan hoor ik het natuurlijk ook graag :)

Nogmaals hartelijk bedankt voor het beantwoorden van mijn vraag!

Jeske
Je bovenste alinea klopt inderdaad, de daarop volgt niet helemaal.

Een steekproevenverdeling is een theoretisch verdeling, dat is dus nooit iets dat een onderzoeker zelf opstelt. In de cursus wordt het gedaan om te illustreren hoe je daaraan zou komen. Een steekproevenverdeling bestaat uit alle mogelijke uitkomsten die je kunt vinden met een bepaalde steekproef, als je die in theorie oneindig zou herhalen. Dus steeds opnieuw een steekproef trekken uit dezelfde populatie met dezelfde omvang.

En inderdaad, dit gaat veel te ver voor de cursus. Het is voldoende dat je weet dat steekproevenverdelingen bestaan en dat die belangrijk zijn voor onze statistieken, met name het opstellen van betrouwbaarheidsintervallen.
...