Dit is een site voor studenten van de Open Universiteit. Voordat je een vraag kunt stellen moet je even een account aanmaken (dit systeem is niet gekoppeld aan je OU studentnummer en wachtwoord).

Welkom bij het vraag- en antwoord systeem van de onderzoeks-practica van de studie psychologie bij de Open Universiteit.

Houd er, als je een vraag stelt, rekening mee dat je de richtlijnen volgt!

0 leuk 0 niet-leuks
'We weten niet uit welke steekproevenverdelingen deze twee correlaties komen. Als deze namelijk bekend zouden zijn geweest, hadden we de populatiewaarden van deze correlaties gekend en hadden we deze niet uit onze steekproef hoeven te berekenen.'

Wat bedoelen de auteurs hier? Welke steekproevenverdelingen... wat zijn dan de opties? Bijvoorbeeld de theoretische of een bestaande, uitgerekende nulhypothesensteekproevenverdeling die geldt voor de steekproeven uit een populatie waarin de nulhypothese waar is, of niet?

Het laatste snap ik ook niet. Van een gemiddelde, weet je ook uit welke steekproevenverdeling die komt, namelijk van die van het gemiddelde voor steekproeven met die omvang. Maar daarmee weet je niet gelijk iets over de populatiewaarde, hooguit binnen welk interval die valt. Kan iemand dit uitleggen?
in Inleiding Onderzoek (OIO, PB02x2; was Inleiding Data Analyse, IDA) door (740 punten)

1 Antwoord

0 leuk 0 niet-leuks
Steekproefverdelingen zijn theoretische verdelingen die kunnen worden opgesteld voor het gemiddelde, correlaties etc. Er moet dan wel bekend zijn welke steekproefverdeling we moeten hebben, dus voor welke correlatie. Zoals uitgewerkt in het hoofdstuk over Steekproevenverdelingen, worden de voorbeelden voor het gemiddelde gebruikt met de aanname van een bepaalde steekproevenverdeling. Bijv. die van M = 40. Dat is wat hier ook bedoeld wordt, we weten niet met welke populatiecorrelatie we te maken hebben.
door (48.7k punten)
...