Dit is een site voor studenten van de Open Universiteit. Voordat je een vraag kunt stellen moet je even een account aanmaken (dit systeem is niet gekoppeld aan je OU studentnummer en wachtwoord).

Welkom bij het vraag- en antwoord systeem van de onderzoeks-practica van de studie psychologie bij de Open Universiteit.

Houd er, als je een vraag stelt, rekening mee dat je de richtlijnen volgt!

0 leuk 0 niet-leuks
Hallo collega,

Via deze weg een vraag:
In de literatuur, de college's en op  verschillende youtube filmpjes wordt de steekproevenverdeling als theoretisch concept uitgelegd. Het is helder dat hoe meer en grotere steekproeven je doet, hoe meer power je hebt en dus voorzichtig iets zou kunnen zeggen over de populatie
We gebruiken tijdens de opdrachten steeds een dataset, bijvoorbeeld die van de pinguins, die dataset is een slechts één steekproef van de totale pinguin populatie. Waar haalt men die theoretisch oneindige andere steekproeven dan vandaan?  

Alvast bedankt voor uw reactie!

Groet, Frank Selie
in Inleiding Onderzoek (OIO, PB02x2; was Inleiding Data Analyse, IDA) door (120 punten)

1 Antwoord

0 leuk 0 niet-leuks
Een steekproevenverdeling is een theoretische verdeling, die ter grondslag ligt van het doen van onderzoek. Dit is niet iets dat je zelf hoeft te doen, omdat het gaat om een theoretische verdeling. Als onderzoeker doe je onderzoek met een steekproef en op basis van die ene steekproef doe je een schattig over de situatie in de populatie.

In het cursusmateriaal proberen we uit te leggen waar een steekproevenverdeling vandaan komt door dit te illustreren met de hypothesische situatie dat je oneindig veel steekproeven blijft trekken. Dat doe je dus nooit, maar als dat theoretisch zou gebeuren dan zou je uiteindelijk een steekproevenverdeling krijgen. De voorbeelden die hierbij gebruikt zijn zijn dus ook fictief, die zijn gesimuleert om te illustreren wat er zou gebeuren als je dit zou doen.
door (48.7k punten)
...